Dat staat in conceptstukken over de overgangsregels van het huidige pensioenstelsel naar het nieuwe. Werkgevers, werknemers, toezichthouder en fondsen overleggen nog steeds over de verdere uitwerking van het pensioenakkoord. De overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel, die loopt tot 2026, is nog steeds het heetste hangijzer.
Het idee van de onderhandelaars is dat ‘verlagingen die in het nieuwe stelsel niet nodig zouden zijn, ook nu niet hoeven’. In het nieuwe stelsel zijn er geen buffereisen meer, mogen pensioenfondsen rekenen met een projectierendement en keren zij beleggingswinsten en -verliezen sneller uit aan de deelnemers. De vraag is alleen wat ‘niet nodig’ in de praktijk betekent: welke dekkingsgraad is de komende jaren acceptabel?, aldus het Financieele Dagblad.